Op dit moment staan alle bermen te stralen van de duizenden paardebloemen, onderbroken door lila spikkels: de Pinksterbloem. Hier wordt ik helemaal blij van.
Paardebloemen zijn multigenietbaar: als ze stralend bloeien en als de witte pluisjes je in staat stellen een wens te doen.
Eigenlijk vind ik ze ook machtig mooi in de border. Maar ik weet dat mijn tuinbezoekers dan denken: hier is iemand bezig die niet netjes is op de tuin. Dus, volgzaam tiepje als ik ben, ga ik ze in de border te lijf met riek, uitsteekmes enzovoorts. Op beurzen zie je al apparaatjes die een klein kloddertje zout op de paardebloem strooien en daar heeft ie schijnbaar niet van terug.
Bovendien: het kan veranderen. Ooit ging ik mee met een ganzenexcursie in Friesland. De meeste vogels zijn voor mij unidentified flying objects. Maar ganzen wilde ik wel eens zien en ik mocht bij de gratie Gods mee, want mijn toenmalige echtgenoot was een vogelaar. We reden de hele dag over kleine weggetjes in Friesland op zoek naar ganzen en af en toe schoven we op de buik achter een dijk, waarachter gelukkig een hele horde ganzen verbleef. En wee je gebeente als je hoestte of anderszins de ganzen deed opvliegen. Achter je verrekijker diende je te mompelen dat je nu een geelgerande dikwang-gans had gezien.
Op de terugweg riep ik hard: STOP. Alle biologen dachten dat ik op z’n minst een grijstenige wouw had gespot, maar ik zag wat kokmeeuwen heel aardig tegen elkaar doen. Een gesis steeg op. Overigens had ik hun woede al op mij geladen toen ze verheugd riepen dat ze een smient zagen en ik het recept van gegrilde smient op Koreaanse wijze citeerde. Toen kookte ik nog.
Maar ondertussen zijn ganzen zo gewoon als een vroegere mus geworden. Praktisch het hele jaar door vliegen ze over mijn huis. Ze schijnen voor sommige boeren een plaag te zijn en men verdenkt hen er al van de vogelgriep te verspreiden.
Zo zie je maar weer: wat zeldzaam is kan heel normaal worden en wat heel normaal is kan zeldzaam worden.
Dus: koesteren die paardenblom.
|