De Koningin droeg een robe van rood-oranje met franjes aan de randen. Ze leek op een wiegelende, glimlachende tulp. Haar hoed was rood en ontbeerde de zwarte knop waar een parachutist op zou kunnen landen. Even Apeldoorn bellen…
Het was het ultieme koninginnedagsfeertje. Zoals altijd: mooi weer, wat je noemt een oranjezonnetje. Het echte Hollandgevoel. De prinsen deden sportief en hingen met lussen om hun edelste delen in de bomen. Maxima zag er natuurlijk het leukst uit en iedereen was blij. Ik was het terras in meistemming aan het brengen. Kon niet wachten tot na de ijsheiligen. Nu was het het moment en nu moest het gebeuren.
Het gebeurde ook, maar niet wat iedereen verwachtte. De parachutist bleek zich gelanceerd te hebben in een zwarte Suzuki.
Wat denkt zo’n man als hij moedwillig nog wat straatjes is omgereden omdat hij eerst teruggestuurd is bij een afzetting? Ze krijgen me niet plat? Ik zal ze, kostte wat kost?
Wat denkt zo’n man als hij de voet op het gaspedaal zet en slalommend de gaten in de wegversperring neemt? Zie je wel? Ik wist het wel. Een Kutbeveiliging?
Wat denkt zo’n man als hij de haag van mensen voor zich ziet, met kinderen op de schouders van hun papa. Met mensen in mooie pakken omdat ze een optreden voor de koningin gaan doen?
Fuck you? Donderop? Kop eraf?
Ik kan me niets voorstellen. Helemaal niets.
De dag erna was ik in de bollenvelden van Zuidholland. Lisse, Sassenheim. Ook heel erg Hollands. Met tulpen gaat het zo: eerst prachtig in bloei staan en dan: kop eraf!