Onze tuin is een slagveld. Het lijkt wel leuk en lief: de Lente. Maar het is leven of dood, eten of gegeten worden, voeren of laten uithongeren.
De pimpelmeesjes vliegen zich een slag in de lucht. Om de minuut komt een van de ouders de nestkast inschieten met wat wurmpjes of luizen. Zelf vermageren ze zienderogen.
De kat heeft vanochtend een jonge lijster gevangen. Dat vonden we erger dan het hele nest met merels wat hij heeft uitgemoord (denken we). Merels zijn er genoeg, maar lijsters… De buurtlijster die iedere avond in een straatboom de geweldigste muziek te berde brengt heeft recht op nakomelingen. Maar ja, laat de hond en kat maar eens twee maanden binnen.
De hond kwam onlangs van onder tot boven besmeurd met bloed even langs. Op weg naar nog een avontuur. De gele fanatieke blik in zijn ogen verried dat hij zich niet zomaar op de deel zou laten opsluiten.
Net nog een alarmbel: de kat zat achter een van de laatste konijntjes aan. Nu zijn konijntjes schattig, maar ze vreten wel aan mijn bruine basilicum, dat het zo goed doet in de bruinrode border. Wij sprintten naar het weitje en joegen daardoor de kat juist de heg in, achter het konijnenbundeltje aan en sloten ze op tussen ons en het gaas wat in de heg zit verstopt. Hier komt het spreekwoord van: de kat op het konijnenspek binden.
Maar nu het ergste in deze strijd: er woont een vos op ons terrein. Al eerder zagen we een soort hol, maar ja, wat weten wij van holen. Nu vind ik iedere dag een groot uitwerpsel dat volgens mijn sporenboekje van een vos moet zijn: dun, kronkelig uiteinde, 10 cm lang met een wittige kop, dat duidt op opgeloste botten in zijn darmen.
Dus: een vos, konijnen, kat, hond, vogels, waaronder ook van die vleeseters als vlaamse gaaien en ziedaar:
Our garden is a battlefield.